blog/Kurt Van Eeghem

Het ruikt hier naar ‘Vloms’

Een artikel in het onvolprezen Vlaams Nederlands cultureel tijdschrift ‘Ons Erfdeel’ doet me naar de pen grijpen. Het is de eminente filoloog José Cajot die met zijn artikel ‘Van het Nederlands weg’ mij aan het schrijven zet. Hij eindigt zijn betoog als volgt. ‘De verhouding tussen Noord en Zuid wordt tegenwoordig gekenmerkt door te weinig contact en aanvaarding enerzijds, en te veel irritatie, zelfs aversie, anderzijds. Als die mentaliteit niet verandert, krijgt het nieuwe Vlaanderen, dat in het zuiden een taalgrens heeft die steeds meer staatsgrens wordt, straks in het noorden een staatsgrens die taalgrens wordt’. Einde citaat. We kunnen er niet omheen, het nieuwe Vlaanderen wordt een klein Vlaanderen!

Ik herinner mij nog de jubelkreten toen er eind de jaren zeventig, begin jaren tachtig werd gesproken over ‘De Vlaamse Golf’ en Vlaamse acteurs de Nederlandse podia veroverden en een nieuwe, verfrissende wind lieten waaien. Wij waren hip en een hype, wij telden meer dan ‘mee’. Maar vooral, wij verstonden elkaar. Letterlijk, van het werkwoord ‘verstaan’, wij konden met elkaar in een zelfde taal converseren. Die taal heette ‘Nederlands’.

Momenteel is dat verhaal uitgeschreven. De film ‘Loft’ begint in Nederland aan een tweede leven, nog steeds door dezelfde Erik Van Looy geregisseerd, maar volledig opnieuw opgenomen mèt Nederlandse acteurs. Dit bericht gaf voor mij de doorslag, we wonen niet meer in hetzelfde taalgebied. We zijn vreemden geworden. Letterlijk. In Wallonië voel ik nog een grote culturele band met de bevolking. De pinten vloeien er op dezelfde manier, er ligt een plak boter in de pan te kissen bij het bakken van een biefstuk en er wordt al even onverdroten onderzocht hoe we de fiscus kunnen belazeren. Qua mentaliteit zit dat wel snor. Maar onze manier van leven was altijd al verschillend met wat er boven de grote rivieren gebeurde. We vormden met hen wel, gedurende vele jaren, één taalgebied en nu kunnen we elkaar amper nog ‘verstaan’. De staatsgrens is er ‘de facto’.

Schrijvers slijten hun boeken aan beide kanten van die grens. Ook professor Cajot geeft toe dat het geschreven woord voorlopig ontsnapt aan de kwaal, al verwijst hij naar een uitspraak van W.F.Hermans die in zich in 1989 afvroeg ‘Waarom lukt het Nederlandse dialectsprekers binnen de Nederlandse rijksgrenzen wel foutloos Nederlands te schrijven en slagen Belgen, die zoveel lawaai maken over hun taal, daarin zo goed als nooit?’ Nu, als we kijken naar de praktijk, moeten we toegeven dat Vlaamse schrijvers in Nederland vaak zeer goed aan de bak komen. Stefan Brijs en Dimitri Verhulst, om er maar enkele te noemen, hebben daarover niets te klagen.

Ook veel andere kunstenaars trekken de grens over en worden er bewonderd en gekoesterd. In nogal wat prominente theatergezelschappen, musea, orkesten en andere Nederlandse culturele instellingen staan Vlamingen aan het roer. Zij zijn er welkom maar moeten het ‘Verkavelingsvlaams’ bij Breda achterlaten want dat kan Kees niet verstaan. En wat doet Vlaanderen, wij sluiten de Nederlanders steeds meer uit omdat ze zogenaamd leiden aan totaal niet te controleren of te benoemen kwalen als ‘arrogantie’ en ‘gierigheid’. ‘Die vervelende Hollanders komen er bij ons niet in’. Het aantal Nederlandse kunstenaars dat door Vlaamse cultuurprogramma’s wordt uitgenodigd heb ik gedurig zien verminderen. Dat heeft ten dele te maken met het verdwijnen van nogal wat van die programma’s maar vooral met het feit dat we ‘ze niet meer moeten’. Er is inderdaad, zoals José Cajot het stelt, een aversie ontstaan tegenover ‘den Hollander’.

In het pre-VTM tijdperk keken we massaal naar de Nederlandse zenders. Joop den Uyl, Rudy Carell en ‘kwamen elke week de huiskamer binnen via Nederland 1 en 2. Onze politieke en culturele horizon reikte verder dan Roosendaal. Nu wordt er, af en toe, een ‘crimi’ van elkaar uitgezonden en that’s it, ondertiteld uiteraard. Zelfs Kees Middelhof, onze correspondent in Den Haag, werd, na zijn dood, niet vervangen. Nederland is al langer dan vandaag buitenland.

En zo draaien we verder rond de kerktoren en plooit Vlaanderen terug op zichzelf. We voelen ons goed in ons ‘tussentaaltje’. We maaien ons gemillimeterd gazonnetje nog eens en zetten de auto in de was op de oprit. In’t Vloms. In’t verdomde Vloms. Na de verloedering van onze kennis van het Frans zijn er nu ook nog eens 16 miljoen Nederlanders waarmee we niet meer kunnen praten. Het gaat hier nu echt wel stinken naar provincialisme.

5 Antwoorden op “Het ruikt hier naar ‘Vloms’”

  1. jan van reusel Zegt:

    beste kurt,

    waarom zou de film loft helemaal ‘overgedaan’ worden met nederlandse spelers? dit keer zijn het ‘de’ nederlanders die vlaamse acteurs niet (willen) verstaan of zelfs niet willen zien. een soortement nederlands ‘eigen volk eerst’ zeg maar. onwil dus. discriminatie, net als hier.

    zelf woon ik in maasmechelen, werk bijna mijn hele arbeidzame leven in nederlands limburg als verpleegkundige, ik heb een moeder die tot aan haar huwelijk nederlandse was (uit een ‘hollandse’ familie, van boven de moerdijk), om maar te zeggen dat ik bruin zou zijn als de hollanders zwart waren.

    als ik het nu nog eens zou moeten overdoen, nu in 2010, dan zou ik mijn vak in belgië uit willen oefenen. terwijl ik in 1975 resoluut voor nederland heb gekozen, omdat ik er van uit ging dat een vrijgevochten mannelijke verpleegkundige het niet lang in een ziekenhuis in belgisch limburg zou uithouden.

    er is volgens mij niet alleen sprake van een wereldwijde verrechtsing en ergerlijke naar-binnen-gekeerdheid. autoriteit staat weer in aanzien en hoeft zich niet meer eerst te bewijzen. sinds de opkomst en de ondergang van pim fortuyn is het in nederland erg snel gegaan op dit gebied. terwijl ik vind dat de jaren van paars, hier, onder leiding van verhofstadt, zeker in de gezondheidszorg tamelijk heilzaam zijn geweest.

    onze taal: ik konstateer dat die langzaam naar elkaar groeit. het nederlands hier is beter geworden en ontstijgt langzaam het dialect, het nederlands in nederland is tegenwoordig vaak slordiger, zowel qua spelling, uitspraak, woordkeuze als zinsbouw. maar -en dat is belangrijk- men vindt zichzelf superieur, boven ‘de import’: surinamers, marokkanen, en vaak ook vlamingen.

    wonen wij niet meer in hetzelfde taalgebied? ik denk dat dat wel meevalt. maar we hebben hier en ginds te maken met autoritair gedrag in bepaalde kringen, lui die zichzelf naar de absolute top wurmen en daarbij neerkijken op ‘de rest’.

    achterlijk volk, kurt,

    hoog achtend,

    jan van reusel
    eisden-maasmechelen

  2. Agnes Ostic Zegt:

    Misschien stinkt het wel enkel naar povincialisme in de subculturen die zo vast hangen aan hoe het was dat ze niet kunnen appreciëren hoeveel beter het nu is – hoe verbazend goed het wel achteruit gaat.

    Zonder enige twijfel is er nog nooit een moment geweest in onze geschiendenis in hetwelke Vlamingen zoveel met niet-Vlamingen gebabbeld hebben. In slecht Engels, misschien, maar wat dat betreft zijn we tenminste niet anders dan Nederlanders & Fransen & Chinezen.

    Dat onze omgangstaal een omgangstaal wordt – naar het voorbeeld van het Engels – is een verrijking omdat het de drempel verlaagt voor omgang lokaal.

    Je bent fout. Volledig fout. De bekrompenheid van Vlaanderen zit hem in mensen die op den buiten (of in grote panden met tuin in ‘t Stad) zitten afgeven, als de generatie voor hen die door hen verguisd werd, over: hoe alles vroeger toch beter was.

    Oud worden hoeft geen vloek te zijn; oud zijn kan alleen maar een vloek worden.

  3. REEL Zegt:

    Beste Kurt,
    Grotendeels eens met je zure gevoel over de Vlomse provincialisering, zelf wordt ik zoetjesaan gek van de ranzigheid ervan. Toch een paar opmerkingen:
    1. Ik vind niet beduidend meer spellingsfouten in De Morgen dan ik, bijvoorbeeld, in Vrij Nederland, te slikken krijg. Ook verwacht ik niet een bericht van één van mijn Nederlandse vrienden te ontvangen dat niet een paar simpele spellingsfouten bevat.
    2. Helaas is de perceptie dat de standaarduitspraak van het Nederlands almaar Hollandser wordt, ondanks de prachtige uitspraak die U en velen met U gebruiken. Gelukkig worden veel kinder-CDs vandaag met twee versies Nederlands aangeboden en kan ik kiezen voor de, doorgaans heel keurig ingesproken, “Vlaamse” versie. Alleen als het niet anders kan zal ik de kleinkinderen aan het gekras en gehak blootstellen dat voor keurige uitspraak moet doorgaan in de Hollandse versies.
    3. Dat de staatsgrens ook een taalgrens aan het worden is, is m.i. lulkoek. Dat is ze namelijk al eeuwen lang, zoals ze, zoals U zelf opmerkt, ook in veel aspecten een cultuurgrens is, de occasionele overvloeiingen daar gelaten. Dat geldt overigens niet alleen voor het Nederlands taalgebied. Ook de landsgrenzen tussen Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland worden meer en meer taalgrenzen. Al ooit eens met Uw schoolduits een Oostenrijks c.q. Duits-Zwitsers, interview proberen te begrijpen?
    4. Dat we mekaars TV-programma’s ondertitelen valt onder de kategorie “more fool them”.
    5. En terzijde: waarom “dubben” ze Loft gewoon niet, als ze ginderverre toch zo op hun centen zitten?

  4. verhulst gerry Zegt:

    Ik geef bijlessen Nederlands aan verschillende groepen nieuwkomers (minderjarige asielzoekers, Somaliers, Ghanezen) Telkens erger ik me aan de manier waarop men hier het Standaard Nederlands bekijkt. Ok voor een Vlaamse variant. Elk Spaaanssprekend land in Zuid-Amerika heeft zijn eigen Spaans.
    Maar het taalgebruik in de Vlaamse filmfeuilletons kan bij niet. Walgelijk.
    In Vlaanderen bekijken ze U bijna als een jeannet als je corrct Nederlands praat. Maar nu het summum: onlangs is een Germanist aan de UG afgestudeerd met 6 dt-foute in zijn thesis, en hij was er nog trots op ook. Had ik in de jury gezeten, dan mocht hij nog eens een jaartje overdoen, en ondertussen zijn thesis correct leren schrijven. Moeten zulke mensen morgen Nederlands doceren?

  5. Boboz Zegt:

    ‘The limits of my language mean the limits of my world’

    Ludwig Wittgenstein

    … commentaar overbodig

Reageer